Zo kies je het beste stukje fruit

Fruit is één van onze beste vrienden. Niet alleen om zo te eten, maar ook voor in sapjes, toetjes en salades. Er zijn veel soorten fruit met allemaal een eigen “gebruiksaanwijzing”. Gebeurt het jou ook weleens dat je begint met het schillen en snijden van het fruit, maar dat die vrucht uiteindelijk onaangenaam zuur, bitter, droog, melig of zelfs smaakloos blijkt te zijn? Hoe komt dat en hoe kun je er in het vervolg voor zorgen dat je zoete en rijpe fruitexemplaren uitkiest? Lees ook: Hoe vang je fruitvliegjes?

Fruit staat in de Schijf van Vijf. Het levert weinig calorieën maar veel voedingsstoffen en is goed voor de gezondheid. Fruit hangt samen met een lager risico op hart- en vaatziekten en een lager risico op diabetes type 2, darmkanker en longkanker. Het advies is om minimaal 2 porties (200 gram) fruit per dag te eten en fruit niet te vervangen door sap, dat bevat namelijk vaak minder voedingsstoffen en niet alle goede bestanddelen van fruit.

Het is doorgaans erg lastig om vast te stellen of fruit lekker zal smaken voordat je het daadwerkelijk proeft en opeet. Als je fruit koopt, kun je immers niet afgaan op je smaakzin. Gelukkig kun je fruit doorgaans wél betasten en ruiken voordat je het koopt. Hierbij een aantal tips voor het selecteren & kopen van smaakvol, zoet en sappig fruit.

Tips

  1. Voelen: Kies ten allen tijde voor fruit dat niet te hard is, maar vooral ook niet te zacht. Bikkelhard fruit is doorgaans niet volgroeid, maar kan in sommige gevallen nog wel narijpen. Soft fruit is daarentegen overrijp en zal snel gaan gisten, fermenteren, schimmelen en/of rotten.
  2. Ruik aan fruit: Gebruik je reukzin. Lekker fruit heeft doorgaans een uitgesproken geur. Geurloos fruit is maar al te vaak ook smaakloos. En een belangrijke aanvulling: ‘kies kleur’. Vruchten met een twijfelachtige kleur zijn zelden rijp, zoet en smaakvol.
  3. Gewicht: Een vrucht moet zwaar zijn voor zijn omvang. Dit betekent namelijk dat er veel vocht/sap in zit. Neem dus liever 1 zware, sappige appel dan 2 lichte appels.
  4. Laat je niet voor de gek houden: Koop fruit op een plek waar je het zelf mag aanraken en uitzoeken, anders is de kans aanwezig dat je overrijp, rot of beschimmeld fruit meekrijgt. Sommige marktkoopmannen zullen immers eerder geneigd zijn om twijfelachtig fruit te verkopen dan weg te gooien.

Rijpen

  • Fruit rijpt dankzij rijpingsgassen. Als je het opsluit in een zak kunnen deze gassen niet vervliegen, waardoor het rijpingsproces wordt versneld. Dit trucje werkt vooral goed met middelgrote fruitsoorten (perziken, nectarines, peren e.a.). Sluit vruchten overigens niet te lang op, want dan gaan ze broeien.
  • Bananen produceren extreem véél rijpingsgassen die de ontwikkeling van rijpingsenzymen enorm versnellen. Vandaar dat bananen heel goed narijpen. Het “bananengas” zorgt er zelfs voor dat nabijgelegen fruitsoorten rijpen. Je kunt onrijp fruit dan ook sneller laten rijpen door er een banaan naast te leggen of 2 dagen samen met een banaan op te sluiten.

Per fruitsoort

Aardbei & watermeloen

Aardbeien moeten allereerst lekker ruiken en een intense geur verspreiden. Geurloze aardbeien zijn doorgaans ook smaakloos. Daarnaast moet een aardbei volledig rood zijn en geen wit, geel of groen vertonen. Een watermeloen moet zwaar aanvoelen en hol klinken als je erop klopt. Een rijpe meloen heeft bovendien een gele plek aan één kant, de zijde waarop ie heeft gelegen.

Appels & peren

Appels moeten een diepe kleur hebben, dus niet dof. Ze moeten bovendien stevig zijn qua vruchtvlees en een natuurlijke glans hebben. Peren worden doorgaans geplukt voordat ze rijp zijn. Je kunt ze sneller laten narijpen in een papieren zak. Je kunt de rijpheid checken door aan het dunne deel (onder het steeltje) te voelen. Hoe zachter, hoe rijper. Laat gekneusde peren altijd liggen.

agrumes_gel_douche_et_shampoing_le_petit_marseillais_1Citrusvruchten

Ga altijd voor zware sinaasappels! Lichtgewicht exemplaren zijn namelijk arm aan sap en soms zelf kurkdroog. Kies dus voor zwaargewichten met een stevige, gladde schil, de kleur maakt niet uit. Limoenen en citroenen moeten erg geurig zijn en nooit gerimpeld. Een grapefruit moet voorzien zijn van een dunne, gladde schil en ook weer zwaar zijn voor zijn omvang. De vrucht moet stevig aanvoelen, maar de schil moet wel een tikkeltje meeveren.

Perzik, nectarine, abrikoos, pruim & vijg

Perziken en nectarines moeten een diepe kleur hebben en bovenal een intense geur. Abrikozen moeten extreem geurig zijn en een beetje zacht, maar zeker niet papperig. Pruimen mogen een witte tot grijzige glans hebben. Kies voor stevige (geen keiharde) exemplaren met een diepe kleur. Vijgen moeten zacht zijn met een intact en gebogen steeltje. Een deukje is niet erg, maar vermijd droge en gespleten exemplaren.

banaanBanaan

Neem felgele bananen (al dan niet met bruine spikkels) om direct op te eten of groene bananen om thuis te laten narijpen. Laat gespleten gebutste en bruine bananen liever links liggen.

Bosbessen

Blauwe bessen moeten blauw, blauwpaars of vrijwel zwart van kleur zijn en nooit rood, roodpaars of groenig. Een witte glans is prima. Rammel altijd even met het bakje om te zien of er geen beschimmelde exemplaren onderop liggen.

Kersenkers-800x600

Kersen moeten een extreem diepe, donkere kleur hebben (roodpaars, wijnrood of vrijwel zwart). Kies voor dikke, vlezige en glanzende exemplaren, bij voorkeur met de steeltjes er nog aan.

Kiwi

Kiwi’s moeten een ietsepietsie meeveren als je erop duwt en nooit bikkelhard of papperig aanvoelen.

Druiven

Zoek stevige, bolle druiven uit die zwaar zijn voor hun omvang.

Mango & ananas

Kies voor een mango die enigszins zacht is en geurig nabij de steel. Ook een ananas  moet lekker ruiken en de bladeren moeten fris ogen. Vermijd vruchten met zachte plekken en bruine bladeren. 6b65f08f28fc1ed544c8af8d4d28f4f0_medium

 

 

Deel dit artikel of reageer