Robots komen eraan, maar is Nederland er wel klaar voor?

Door technologische innovaties gaan in de toekomst banen verdwijnen. Robots komen eraan. Maar om hoeveel banen gaat het en in welke beroepsgroepen vallen de zwaarste klappen? Kunnen wij als Nederland het hoge tempo van innovaties wel bijbenen? En waarin moeten we nu investeren om ervoor te zorgen dat we als Nederland toekomst-proof zijn op gebied van technologie? Het zijn allemaal vragen die het bedrijfsleven en de overheid bezighouden, maar die zeker ook werknemers aangaan. Daarom organiseerde Google Nederland samen met Randstad een seminar om het gesprek omtrent deze onderwerpen op gang te helpen: the future of work. Om samen tot nieuwe inzichten te komen, maar om vooral vervolgens plannen te kunnen maken voor de toekomst. Want robots, zelfrijdende auto’s en particuliere ruimtereizen komen eraan, het is alleen op dit moment de vraag hoe we daarmee om moeten gaan.

We zijn een ‘digital frontrunner’

Nederland is een land met relatief veel hoog-opgeleide mensen en dat is een kans voor de toekomst. Daarnaast heerst er in ons land een positief ondernemersklimaat: we hebben veel start-ups en small businesses die de potentie hebben om uit te groeien tot grote bedrijven.

Als Nederland zijn we om deze redenen door organisatie-adviesbureau McKinsey bestempeld als een ‘digital frontrunner’, samen met nog acht landen uit Europa: België, Denemarken, Estland, Finland, Ierland, Luxemburg, Noorwegen en Zweden. Opvallend veel Scandinavische landen dus. McKinsey deed onderzoek naar de potentiële impact van technologische ontwikkelingen zoals machine learning en kunstmatige intelligentie op bedrijven, werknemers en de maatschappij.

De conclusie is eenvoudig: automatisering en kunstmatige intelligentie brengen significante voordelen – zoals nieuwe banen en verhoogde productiviteit – maar voordat het zover is, moet er nog heel veel gebeuren op gebied van (om)scholing en er moet een sociale transitie plaatsvinden.

Er komen meer banen bij dan er verdwijnen

Uit onderzoek van McKinsey blijkt namelijk dat er in theorie meer banen bij komen dan er gaan verdwijnen, door de opkomst van technologie.

In 2030 zullen er naar verwachting 1,3 miljoen banen verdwenen zijn, maar daar kunnen er tegelijkertijd ook 1,4 miljoen nieuwe voor gecreëerd worden. Er zou dus sprake kunnen zijn van een netto groei van de werkgelegenheid, maar dat valt of staat met hoe capabel wij als land zijn om de technologie te omarmen en deze banen ook daadwerkelijk te creëren. Wat daarvoor nodig is, en zo luidt het advies van McKinsey ook, is een goede afstemming over de toekomst tussen het bedrijfsleven en de overheid.

Hoewel Nederland samen met nog acht Europese landen als digital frontrunner wordt gezien, is het niet zo dat er één oplossing is voor hetzelfde probleem in deze landen. Er bestaat geen template, dat op alle landen kan worden toegepast, zo stelt Iarla Flynn van Google. Maar wat we wel kunnen doen is kijken naar elkaar en vooral goed luisteren.

Welke banen zijn in gevaar?

We hebben al vaker geschreven over banen die in de toekomst gaan verdwijnen omdat robots eraan komen. En ook McKinsey doet nu uitspraken over in welke beroepsgroepen klappen gaan vallen.

  • Administratie: computers kunnen zoveel beter rekenen dan mensen. We gebruiken steeds minder papier, bankieren in de cloud en dus ligt de hele beroepsgroep die bezig is met administratieve functies onder vuur.
  • Kassières: Amazon is al bezig met winkels die volledig bediend worden door kunstmatige intelligentie. Amazon Go heeft geen kassières en betalen doe je met je smartphone. Nog even en we zien dit ook in Nederland.
  • Vrachtwagenchauffeurs: het is een kwestie van tijd tot de wegen zich zullen met autonome voertuigen, die dus zelf kunnen rijden. Vrachtwagenchauffeurs zijn dan minder vaak nodig.
  • Medisch assistenten: ook in de medische zorg zijn robots in opkomst, die in veel gevallen nauwkeurigere zorg kunnen verlenen dan mensen dat kunnen.

Wat is de oplossing?

Er moet dus volgens McKinsey onder andere een goede afstemming zijn tussen overheid en het bedrijfsleven, maar er is nog veel meer nodig om als land te kunnen bijbenen op dit gebied. Zo moet er in ieder geval iets gedaan worden aan de bewustwording van het probleem: zolang met niet weet dat er een probleem is, wordt er ook niets gedaan aan een oplossing. En de groep die op dit moment het probleem inziet is nog te klein.

Volgens Eric Schmidt van Alphabet moet de minset veranderen: “de computer neemt jouw baan niet over, jouw baan wordt juist interessanter mét die computer. Want als de mens iets kan bedenken waardoor banen verdwijnen, dan kan de mens ook iets bedenken om weer banen te creeëren“.

  • Opleiding: het grootste deel van de oplossing zit ‘m in educatie. Als je kijkt naar het huidige aantal studenten dat binnenkort afstudeert in de richting van computertechnologie, dat is dat veel te laag. Er zijn veel meer goed opgeleide mensen nodig om in de toekomst de beschikbare technologie te kunnen bedienen en doorontwikkelen. Talenten moeten worden opgeleid en daar moet flink in worden geïnvesteerd. Programmeren zou bijvoorbeeld een vaardigheid kunnen worden die kinderen al vanaf de basisschool aangeleerd krijgen, maar het niveau van educatie dat nodig is om Nederland toekomst-proof te maken, gaat nog veel verder dan alleen dat.
  • Onderzoek: ook het aantal experimenten en onderzoeken dat in Nederland op dit gebied gedaan wordt, ligt veel te laag en moet omhoog. Van bedrijven als Delft Robotics – tegenwoordig Fizyr – zouden er meer moeten zijn, zodat in ons land meer ontwikkeld kan worden.
  • Investering: en daar zijn natuurlijk flinke investeringen voor nodig. Gekeken is naar omliggende landen en wat zij investeren in robotica, machine learning en kunstmatige intelligentie, en dan blijkt dat wij langs alle kanten ingehaald worden door bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland.

Eigenlijk zouden we ook een “lifelong learner” moeten worden: op het moment dat je klaar bent met studeren ben je helemaal niet klaar met leren. De maatschappij gaat in vol tempo door en wie niet bij bijleren, heeft in no-time een achterstand te pakken.

Maar wat eigenlijk misschien wel dé oplossing is, moeten we zoeken in hoek van creativiteit. In Nederland hebben we een doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-mentaliteit. Die brengt ons veel, maar houdt ons soms ook tegen. En om dit technologieprobleem te tackelen hebben we óók gekke ideeën nodig, die misschien niet eens haalbaar zijn, maar die ons wel weer een stap in de goede richting kunnen brengen. Dus… kom maar op met die gekke ideeën!

Deel dit artikel of reageer